Een stukje wandelen
Een verhaal over liefde, gemis en dankbaarheid.
Er wordt weleens gezegd dat het leven een lange wandeling is.
Een weg waarvan we niet weten hoe lang hij is, waar hij ons brengt en wie we onderweg zullen ontmoeten.
Soms wandelen we alleen.
Soms komt er iemand naast ons lopen.
En soms ontmoeten we iemand van wie we meteen voelen: wat fijn dat jij er bent.
We raken met elkaar in gesprek.
We lachen, delen verhalen, dromen en verlangens.
We lopen samen door de zon, maar soms ook door de regen.
Er zijn momenten waarop de weg gemakkelijk is. Waarop alles vanzelf lijkt te gaan.
Maar er zijn ook heuvels die we moeten beklimmen. Stenen waarover we struikelen. Kruispunten waarop we even niet weten welke kant we op moeten.
En juist dan ontdekken we hoe waardevol het is dat er iemand naast ons loopt.
Iemand die onze hand vasthoudt.
Die ons helpt weer op te staan.
Die soms niets hoeft te zeggen, maar er gewoon is.
Onderweg leren we van elkaar.
De één leert ons om te vertrouwen.
De ander om wat vaker stil te staan.
Om te genieten van de kleine dingen.
Om moed te hebben, grenzen te stellen of juist ons hart te openen.
En soms leren mensen ons iets zonder dat ze het zelf beseffen.
Zo laten we allemaal iets achter in het leven van de ander.
Maar op een dag verandert de weg.
Degene die zo vertrouwd naast ons liep, kan niet meer verder met ons mee.
En ineens is daar die lege plek.
Waar eerst twee paar voetstappen klonken, horen we nu alleen nog onze eigen stappen.
We kijken opzij, maar zien niemand.
We willen nog iets vertellen.
Nog één keer samen lachen.
Nog één keer die vertrouwde stem horen.
En het doet pijn.
Soms zo veel pijn dat we het liefst stil zouden blijven staan.
Want hoe wandel je verder als degene met wie je zo graag samenliep er niet meer is?
Misschien is dat wel een van de moeilijkste lessen van het leven.
Dat we soms verder moeten wandelen, terwijl ons hart het liefst nog even op die ene plek wil blijven.
En weet je…
Dat mag.
Je mag stilstaan.
Je mag achteromkijken.
Je mag huilen om wie je mist.
Je hoeft niet altijd sterk te zijn.
Je hoeft niet altijd vooruit.
Want verdriet is geen teken dat je niet verder kunt.
Verdriet is een teken dat er liefde was.
En als we na een tijdje voorzichtig terugkijken naar de weg die we samen hebben afgelegd, ontdekken we misschien iets bijzonders.
Dat die ander niet alleen herinneringen heeft achtergelaten.
Maar ook iets van zichzelf.
Een stukje wijsheid.
Een manier van kijken.
Een bepaalde kracht.
Een lach die we hebben overgenomen.
Woorden die we nog altijd gebruiken.
We ontdekken dat we mede door die ander zijn geworden wie we vandaag zijn.
En langzaam kan er naast het verdriet iets anders ontstaan.
Dankbaarheid.
Niet omdat we blij zijn dat iemand er niet meer is.
Maar omdat we zo dankbaar zijn dat diegene er wél is geweest.
Dat onze wegen elkaar mochten kruisen.
Dat we samen mochten lachen, huilen, groeien en leren.
Dat we elkaar iets hebben mogen geven wat niemand ons ooit meer kan afnemen.
En misschien is dat wel de grootste rijkdom van het leven.
Niet hoe lang iemand met ons meeloopt, maar hoeveel liefde er in die gezamenlijke stappen heeft gezeten.
Sommige mensen wandelen een leven lang met ons mee.
Anderen maar een klein stukje.
En sommigen hadden we zo ontzettend graag nog veel langer naast ons gehouden.
Maar hoe lang of kort de wandeling ook was, de betekenis ervan blijft.
Want als iemand ons hart werkelijk heeft geraakt, nemen we diegene mee op onze verdere levensweg.
Niet meer zichtbaar naast ons.
Maar voelbaar vanbinnen.
En soms, wanneer de zon even door de wolken breekt, wanneer we een bekend liedje horen of onverwacht moeten glimlachen om een herinnering, is het bijna alsof we weer even samen wandelen.
Dan beseffen we…
We hebben elkaar niet voor niets ontmoet.
We mochten een stukje van elkaars levensweg delen.
En daarvoor mogen we dankbaar zijn.
Dus als je vanavond denkt aan degene die je zo mist, denk dan niet alleen aan het moment waarop jullie wegen uit elkaar gingen.
Denk ook aan al die mooie stappen daarvoor.
Aan alles wat jullie samen hebben beleefd.
Aan wat jullie elkaar hebben geleerd.
Aan de liefde die er was.
En misschien kun je dan, dwars door je verdriet heen, heel zacht zeggen:
Wat had ik graag nog langer met je gewandeld.
Maar wat ben ik dankbaar…
Dat jij een stukje met mij mee hebt willen lopen.
En al loop je niet meer naast mij,
voor altijd wandel je met mij mee.
Geschreven voor Allerzielen 2026.
Door: Yvonne van Bekkum
